23-08-2005 : We hebben een groot stockcarvriend verloren.

 Piet Keijzer

07-06-1955  |  21-08-2005


 
(Bronvermelding: START Autosportmagazine, met dank aan www.keijzerautos.nl)

Aart van der Haagen van START Autosportmagazine:

"Slechts enkele weken voor deze schokkende gebeurtenis leerde ik Piet kennen tijdens een amusant interview voor START autosportmagazine. Piet, een dappere Brabander en een onverschrokken racer. Hij vertelde over zijn zoon Geert-Jan, die eveneens in stockcars over de baan in Venray jaagt: "Hij kan vreselijk tekeer gaan. Dat had ik 23 jaar geleden ook, toen ik ermee begon, maar naarmate je ouder wordt ga je meer op je tellen passen." En dan gebeurt er dit... Het is ongelooflijk en onverteerbaar."

Lees hieronder de integrale tekst van het interview:
 

Keijzer vuurt met zwaar ijzer

In de ruige speedwaystrijd laat stockcarveteraan Piet Keijzer zich om de drommel niet uit het veld drukken door de jonkies. Ruim twintig keer per jaar beukt hij erop los in een tot het uiterste geprepareerde machine van eigen makelij. Hij gaat door totdat hij erbij neervalt, zoals het een echte keizer betaamt. Kort voor het WK in Venray (dat hem uiteindelijk noodlottig is geworden, FDM Studio) gunde Piet ons een blik in zijn wapenkamer.

Als een auto een heilige koe is, dan is een stockcar een rodeostier. Het kost Piet Keijzer al de nodige concentratie één van zijn F1-apparaten uit de stalling te rijden. F1 ja, dat is de hoogste stockcarklasse met minimaal achtcilindermotoren. De lichtere variant, voor tweeliter vierpitters van Ford-komaf, luistert naar de naam F2. "Maar da's aan mij niet besteed. Veel te weinig power. Eén stuurfout en de wedstrijd is voor jou beslist, aldus de Helmondse autohandelaar." Zoon Geert-Jan draaft in beide categorieën op (sinds zijn 16e in de F2 en sinds zijn 18e in de F1), hetgeen zijn vader soms zorgen baart. "Hij kan vreselijk tekeer gaan. Dat had ik 23 jaar geleden ook, toen ik ermee begon, maar naarmate je ouder wordt ga je meer op je tellen passen. Aan 650 pk op de achterwielen van een 1.350 kg wegend apparaat heb je sowieso je handen vol. In het WK rijden we zelfs met 750 pk. Eén keer hebben we een blok gehad dat er 900 pk uit perste, maar die wagen was niet te houden."

Naar hartelust opfokken
Keijzers stockcarpark omvat drie F1- en twee F2-bolides, alle in eigen huis vervaardigd. "Je haalt ergens de verplichte Firestone-banden en je zoekt een passende motor. In de F1 heb je de vrije keuze van V8 tot V12. Vrijwel iedereen pakt echter een onverwoestbaar Chevy small of big block. Inspuiting en compressoren zijn verboden, verder kun je de zaak naar hartelust opfokken. Zolang je er maar gewone, aan de pomp verkrijgbare benzine in gooit. Goed, dat heb je dus en dan mag je zelf aan de slag. Dat betekent: een integraal geheel lassen van een frame en een carrosserie. Uit veiligheidsoogpunt is 3 millimeter dik plaatstaal vereist, ook voor de buizen van 70 x 70 millimeter. De halfopen cabine moet aan bepaalde maten voldoen om hem bij calamiteiten snel te kunnen verlaten. Dan moet je vooral denken aan brand, wat nog wel eens wil ontstaan als een andere rijder je benzinetank raakt. Deze zit vlak achter je stoel, dus je hebt maar enkele vluchtseconden. Vandaar ook een verplicht afneembaar stuur. Verder schrijft het reglement een minimaal gewicht voor van 650 kg bij een F2-wagen en 1.350 kg bij een F1, met een verdeling van 44-56% voor-achter. Er moet natuurlijk voldoende druk op de achteras zitten, anders vlieg je alle kanten op. Om dezelfde reden moeten we een volsper-differentieel gebruiken." Maar dan loop je toch vast in de bochten? "Inderdaad," knikt Keijzer senior. "Dus gebruiken we links kleinere wielen dan rechts. Het circuit kent alleen maar bochten naar links, dus dan draai je vanzelf mee. Er is één recht stuk van 100 meter maar dat ben je zo door, want we halen daar snelheden van 160 km/h. Geloof me dat we als idioten over die baan jakkeren, het gaat schandalig hard. En het is natuurlijk flink duwen en trekken geblazen."

Uitzonderlijke EPS-demper
Een groot deel van het bouwwerk komt dus uit eigen keuken, maar de voorwielophanging stamt van Mercedes en de remmen van Willwood. Ook de niet-afstelbare schokdempers en de spoilers - waaronder een asymmetrische op het dak om in de bochten naar links stabiel te blijven - worden elders betrokken. "We hebben al werk zat aan die wagens. Zes monteurs zijn er elke maandag- en donderdagavond mee in de weer. Gouden jongens. Doen het allemaal voor nop en staan al tien, vijftien jaar lang telkens voor me klaar." Speciale vermelding verdient de EPS-uitlaat op één van de F1-gevaartes. Een custom-made product van de welbekende specialist uit de buurt van het Groningse Hoogezand. "Voorheen maakten we zelf de dempers, maar we liepen klem toen de geluidseisen strenger werden. We zochten onze toevlucht tot een Amerikaans bedrijf dat mooie beloftes deed, materiaal leverde waarmee we op 120 db uitkwamen. Terwijl we op de Autospeedway in Venray tot 103 mogen gaan en in Lelystad tot 105. Dat wordt dan gemeten bij 4.000 toeren per minuut. In de strijd gaan we tot 8.000, bij 160 op het rechte eind. Enfin, via via hoorden we van EPS. Dit bedrijf heeft de bijna onmogelijke opdracht aanvaard een demper te ontwikkelen die geen enkele pk vermogen zou wegnemen, de motor niet te warm zou laten worden en uiteraard aan de geluidseisen tegemoet kon komen. Zonder ervaring en zonder gelegenheid tot testwerk in de praktijk stuurde EPS ons begin mei het resultaat. Wat denk je: in één keer 100%! Een ontzagwekkende prestatie. We zijn er lyrisch over."

Gruwelijke klappen

Rijd je nou als leek zo weg in zo'n F1-stockcar, met zijn overdonderende motorische draaimoment? "Dacht het even niet, nee," grinnikt Piet Keijzer. "De koppeling is een heel simpele aan-uitschakelaar: alles of niets. Met een slag van 3-4 centimeter." Ah, gewoon flink veel gas geven dus! "Laat dat maar uit je hoofd met die 650 pk op de achterwielen, want je tolt gelijk rond." Heb je met zoveel geweld aan boord wel tijd om te schakelen dan? Piet: "Dat hoeft maar één keer, aan het begin van de wedstrijd. Meer dan twee versnellingen zitten er niet op en je rijdt constant in het hoogste verzet." Ofschoon de aandrijflijn gruwelijke klappen te verwerken moet krijgen volstaat één keer per jaar reviseren. "Dit materiaal is zo oer- en oersterk. En we laten de zaak tien minuten warmdraaien voor de race. De daartoe relevante informatie komt van de olietemperatuurmeter op het dashboard, die omgeven wordt door meters voor remdruk voor en achter, koelvloeistoftemperatuur en oliedruk. "Als die onder de 1 bar zakt slaat de motor automatisch af." Een toerenteller ontbreekt evenmin; een snelheidsmeter echter wél! "Nergens voor nodig," geeft de Keijzer van het IJzer aan. "Bovendien heb je toch geen tijd om erop te kijken."
Onze regering mag zich wel verkneukelen: in 25 tot 30 ronden gorgelt een F1-stockcar zo'n 20 liter benzine weg. Dat is elke 800 meter weer een kwartje voor Kok!

NK? EK? WK?
Twee stockcarklassen, F1 en F2, dat lijkt overzichtelijk. Maar de wedstrijden NK, EK en WK lopen dwars door elkaar heen. Sterker nog, de deelnemende landen hebben elk hun eigen WK (dus je kunt een paar keer per jaar wereldkampioen worden). Dat zijn er slechts vier: Engeland, waar de sport zijn oorsprong vindt, Schotland, de Verenigde Staten en uiteraard Nederland. Elders ter wereld ken men dit spektakel nauwelijks. Ons land heeft een baan in Venray (650 meter) en in Lelystad (550 meter), waar de decibellenorkaan respectievelijk negen en tien keer per jaar overheen trekt. De bikkels van Keijzer laten vrijwel nooit verstek gaan. Pa rijdt op zijn 50e meer dan twintig wedstrijden per jaar, nu voor het eerst inclusief een WK-race in Engeland. Daar mogen maar acht Nederlanders aan de start verschijnen, tegen een stuk of 80 Britten. Bij ons gaat het natuurlijk andersom: in een gemiddeld veld van 30 Nederlanders zijn zes overzeese lieden welkom.

Met dank aan Aart van der Haagen / Start Autosportmagazine