Reglement Stockcar F1 B.V.S.R.


 
VOORWOORD
Beste Stockcarrijders,
Hierbij het technisch en veiligheidsreglement, waaraan uw auto en rijder
minimaal dient te voldoen. Ten grondslag hieraan liggen de afspraken die gemaakt zijn op de vergaderingen. Een en ander is door middel van stemmen op een democratische manier tot stand gekomen.
De noodzaak van dit reglement zit in het feit dat de soort autosport die
wij bedrijven, beschermd en vastgelegd moet worden, zodat wij over een
paar jaar niet met bijvoorbeeld sprintcars rondrijden of dat de
technologie zo hoogwaardig wordt dat de auto’s onbetaalbaar worden, en
dat u niet ieder jaar een nieuwe auto moet kopen c.q. bouwen.
STOCKCAR F1 "B.V.S.R."
Op deze pagina komt informatie te staan van de BVSR en o.a. het Reglement..

REGLEMENT STOCKCAR F1 "B.V.S.R."
De tekeningen en overige bijlage staan hier niet vermeld.
Gezien de grote van de bestanden. Het Reglement is digitaal beschikbaar in een PDF bestand van 3 MB.
Indien je deze wil ontvangen stuur dan een mail naar bvsr@stockcar-f1.com B.V.S.R. (Belangen Vereniging Stockcar Rijders)

REGLEMENT 2005
www.racewayvenray.com

Vervolgens zijn alle regels op 5 punten getoetst, te weten;
1. Veiligheid;
2. Bescherming van “soort autosport”;
3. Gelijkheid voor iedereen (gelijke kansen, betaalbaarheid, enz.);
4. Rekening houden met het materiaal en het reglement dat tot nu toe aanwezig is;
5. Controleerbaarheid van de regels.
Voor alle rijders is het reglement van kracht en zo zal er ook gekeurd gaan worden.

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord
Technisch- en veiligheidsreglement
1 Coureur en auto
2 Type
3 Gewicht
4 Bumpers
5 Zijbumpers
6 Over-rider hoop
7 Rolkooien
8 Dakbeplating
9 Veiligheidsgordels
10 Veiligheidsnet
11 Motor, koppeling en koppelingshuizen
12 Remmen
13 Versnellingsbak, driveline en wielen
14 Assen
15 Vering
16 Banden
17 Voorruit
18 Stoel en hoofdsteun
19 Vloer en vuurscherm
20 Brandstofsystemen
21 Koelsysteem
22 Accu’s en hoofdstroomschakelaar
23 Uitlaatdempers
24 Stuurinrichting
25 Naam rijder
26 Brandblusser
27 Spoilers
28 Nummers
29 Autokleuren
30 Opschriften
31 Helmen
32 Nekband
33 Kleding
34 Stofbrillen (viziers)
35 Monteurs
36 Meerijders
37 Keuring
38 Startopstelling
39 Milieuzeil
40 Licentie
41 Rijden onder invloed
42 Rijden in Engeland
43 Toepassing reglement
44 Geldigheid
Bijlagen
Bijlage 1 + 2 Bevestiging gordels
Bijlage 3.1 Plattegrond chassis
3.2 Plattegrond zijbumper toegestaan
3.3 Plattegrond zijbumper toegestaan
3.4 Plattegrond zijbumper niet toegestaan
Bijlage 4 Handleiding wegen
Bijlage 5 Vlaggensysteem BVSR
Bijlage 6 Algemene bepalingen (gedragsreglement)
Bijlage 7 Straffenlijst
Bijlage 8 Organisatiestructuur
Bijlage 9 Helm specificatie Engeland
Bijlage 10 Punten systeem
Bijlage 11 Polisuittreksel aansprakelijkheidsverzekering / Polisuittreksel collectieve ongevallenverzekering

1 COUREUR EN AUTO
Inschrijving gebeurd voor de wedstrijd, inschrijven is verplicht en dient men een geldig rijbewijs te kunnen overleggen (geen kopie).
Kan er geen rijbewijs worden overlegd kan men uitgesloten worden van deelnamen. Dispensatie kan alleen door de organisatie worden verleend. (Minimum leeftijd 18 jaar)
De coureur kan niet deelnemen aan een wedstrijd als zijn/haar auto niet aan de eisen en reglementen, die door de BVSR zijn vastgesteld, voldoen.
De coureur moet in het bezit zijn van een geldige licentie en moet dit ten allen tijde bij zich dragen. Alle auto’s moeten door de officiële BVSRkeurmeester worden goedgekeurd voordat men mag deelnemen aan trainingen of wedstrijden. Als een auto is goedgekeurd moet het
getekend worden door de keurmeester. De coureur moet tijdens het keuren altijd bij zijn/haar auto aanwezig zijn.
De coureur mag per wedstrijd maar met één auto aan de start verschijnen en deze auto mag/zal alleen maar door deze coureur bestuurd worden, tenzij er door de BVSR van tevoren een uitzondering is gemaakt.

2 TYPE
Een Formule 1 Stockcar is een éénzitswagen waarbij de motor voorin is geplaatst. De motor en de versnellingsbak mogen max. 38 mm uit de middenlijn van de Stockcar geplaatst zijn.
De rijder zit in het midden van de cabine, achter de motor, maar voor de achteras. Alle wagens hebben een stalen chassis van een gelaste constructie. De minimum chassiswijdte van de wagen moet minimaal 712 mm bedragen.
Maximale breedte 950 mm, beide gemeten tussen de hoofdchassiskokers.
Er mogen geen aan elkaar gelaste breuken in het chassis zitten, vanaf de voorkant van de rolkooi tot aan de radiator.
Een stalen rolkooi (beschreven in regel 8) moet vastgelast (NIET GEBOUT) zijn aan het chassis.
Fiberglas bodywork van welke soort dan ook is verboden. De motorkap moet de motor compleet omsluiten, maar luchtfilters mogen uitsteken hoeven niet bedekt te zijn.
Blusgaten van tenminste 75 mm doorsnede moeten aan beide zijden van de motorkap aanwezig zijn. Tevens moet een gat van tenminste 75 mm doorsnede aanwezig zijn in het achtercompartiment van de wagen. Deze gaten dienen ervoor om een brand te blussen zonder dat er gedeeltes van de wagen uit elkaar gehaald moeten worden.
Geen bodywork mag uitsteken buiten de wijdte van de banden.
Alle wagens (chassis) moeten minsten 50 mm vrij zijn van de grond, hierbij kan men denken aan de carterpanbescherming die vrij laag hangt.
Hoofd chassiskokers minimaal 70x70x4 mm van voor- naar achterbumper, zonder breuk of uitsparingen. Eigenbouw frame en carrosserie, standaard carrosserie zijn niet
toegestaan.

3 GEWICHT (voor exacte informatie zie handleiding wegen bijlage 4)
Wagens die raceklaar zijn moeten te allen tijde minimaal 1350 kg en
maximaal 1550 kg wegen zonder de rijder.
Er mag worden bijgetankt na de wedstrijd voor het wegen. De wagen mag max. 50 kg boven het maximum zitten, doch dit dient de volgende wedstrijd in orde te zijn.
Als er sprake is van ballast, dan moet dit op de volgende manier zijn uitgevoerd:
§ 0 t/m 15 kg monteren met 2x M12 bouten & moeren 10.9 kwaliteit
§ 16 t/m 30 kg monteren met 2x M16 bouten & moeren 10.9 kwaliteit
§ 31 t/m 50 kg monteren met 4x M16 bouten & moeren 10.9 kwaliteit
Maximaal 52,9% van het totale gewicht van de wagen mag rusten op de binnenste wielen. Minimaal 56% van het totale gewicht van de wagen moet aan de achterkant van de wagen zitten.

De wagens kunnen voor, tijdens en na de meetings gecontroleerd worden om er zeker van te zijn dat deze gewichtsspecificaties kloppend zijn en blijven (zie handleiding wegen bijlage 4).
Alleen door de rijdersvereniging goedgekeurde weegapparatuur mag gebruikt worden om de gewichten van de wagen officieel te maken. Alle ballast die aan de wagen aangebracht wordt moet gecheckt worden door de keurmeester naar de veiligheidsregels Na elke gereden wedstrijd worden de winnaars onmiddellijk op gewicht gecontroleerd. Falen hierin leidt tot diskwalificatie.
De nummers 1, 2 en 3 worden altijd gewogen. (voor de rest zie handleiding wegen bijlage 4)
Waneer een coureur uit de uitslag genomen wordt, zullen de achter hem gefinishte coureurs een plaats naar voren schuiven.
Bijtanken na de wedstrijd vóór het wegen is toegestaan.
Alle wieldrukverstellende mogelijkheden die tijdens het rijden kunnen worden gebruikt zijn verboden.

4 BUMPERS
Bepantsering is altijd defensief. Scherpe lassen en hoeken moeten altijd af- of gladgeslepen worden (in het rennerskwartier lopen ook kleine kinderen rond!!).
Platte voor- en achterbumpers zijn verplicht en moeten een minimum contacthoogte hebben van 140 mm. De maximale contacthoogte is 225 mm.
Buitenkant bumpers mogen niet buiten de velg of band uitsteken gemeten ter hoogte van ’t hart van de velg. De vrije ruimte tussen de voorband en de voorbumper mag niet boven de 150 mm uitkomen. De vrije ruimte tussen de achterband en de achterbumper mag niet boven
de 305 mm uitkomen. De afstand van de middenlijn van de bumpers tot de grond moet 482 mm bedragen + of – 50 mm. De veiligheidsbeugel aan de buitenkant van de voorbumper is verplicht. Als deze tijdens het racen beschadigd raakt of verloren wordt dan mag de coureur de race uitrijden. Voor de volgende manche moet deze gerepareerd worden, op zo’n manier dat de keurmeester tevreden is.

5 ZIJBUMPERS (zie bijlage 3)
Alle wagens moeten voorzien zijn van adequaat geconstrueerde zijbumpers. De zijbumper mag niet meer uitsteken dan 76 mm vanaf de buitenkant van het achterwiel of achterband. Zijbumpers niet verder dan de velg. Het moet zo geconstrueerd worden dat het een effen vlakke oppervlakte presenteert. De zijbumper moet op dezelfde hoogte geconstrueerd worden als het chassis/bumpers. De zijbumper mag een maximum diepte van 152 mm en een minimum diepte van 51 mm hebben.
De zijbumpers mogen nimmer een scherpe punt presenteren.

6 OVER-RIDER HOOP
Een beugel moet verticaal onder het chassis vastgelast worden. (Dit na het fatale ongeluk met John Goodhall in 1995). Dit om te voorkomen dat de wagen over de zijbumper van een andere wagen heen kan rijden. Deze beugel moet geconstrueerd worden van 40x40x3 mm koker of 1.25”BSP “Blue Band” buis. Deze beugel moet maximaal 228 mm achter de
voorbumpers geplaatst worden. De diepte (breedte) moet max. 228 mm en min. 152 mm zijn. De beugel mag niet breder zijn dan de breedte van de chassisbomen. Minimale breedte is 610 mm.

7 ROLKOOIEN
Alle rolkooien moeten van een stalen constructie zijn, bestaande uit 6 stijlen tot dakhoogte. Het ontwerp mag van zij naar zij, of van voor naar achter zijn. De middelste stijlen moeten zich naast de rijder bevinden. De minimale wijdte tussen de verticale pijpen (van de ene kant van de kooi naar de andere) moet 660 mm bedragen, uit alle punten gemeten.
Minimum wijdte in lijn van de stoel ter hoogte van de bovenkant zijbeplating is 840 mm.

Het hoogste punt van de helm in zittende positie mag niet hoger zijn dan de onderkant van de hoogste rolkooipijp. Een dwarsbalk moet achter de stoel geplaatst worden. De complete constructie moet gelast zijn en aan het chassis vastgelast zitten. De rolkooien moeten een minimum maat
van 4 mm dik en 48,3 mm rond hebben, alles wat bij de rolkooi behoort (dwarsbalken e.d.) moeten van ditzelfde materiaal zijn.
Aan te bevelen materialen zijn:
BS. 3601 of BS. 3602 (4,0 mm wand, 48,3 O/D uitwendig gemeten)
BS. 3601 of BS. 3602 (4,9 mm wand, 48,3 O/D uitwendig gemeten)
API.5L ( 5,08 mm wand, 48,3 O/D uitwendig gemeten)
RFT.510* (4,0 mm wand, 51 mm O/D uitwendig gemeten)
* Speciale vormer nodig.
Tussen de voorste en de achterste roll-bars moet zich plaat bevinden van minimaal 3 mm dikte. Deze plaat moet overal minimaal 380 mm hoog zijn, gemeten vanaf het chassis. De bovenkant van de plaat moet gelast zijn aan een horizontale dwarsbalk. De plaat moet volledig rond vastgelast zijn. De plaat moet gebogen zijn waar mogelijk, om extra
sterkte te verkrijgen. Aan de binnenkant van de plaat moeten er steunen geplaatst worden op zo’n manier, dat er uitsparingen ontstaan niet groter dan 380 mm x 225 mm. Steunen moeten van 40x40 mm koker zijn met een maat van 3 mm dikte (of 1.25 “ SP, inwendig gemeten) nominale doorsnede BSP minimum 3,2 mm. Aan de binnenkant van de cabine mogen er panelen geplaatst zijn, als de keurmeester maar makkelijk kan controleren wat voor steunen er zijn gebruikt.
Een verticale veiligheidsbuis van rolkooi materiaal moet tussen de achterste dak-dwarsbalk en de achterste rolkooi dwarsbalk gelast worden, in de positie centraal achter de hoofdsteun,van rolkooi buis.

8 DAKBEPLATING
Een minimaal 5 mm dikke stalen plaat moet direct aan de rolkooi vastgelast zijn, direct boven het hoofd van de rijder. De dakplaat moet aan alle vier de kanten afgelast zijn en moet minstens 610 mm lang zijn.

Er moet bovenin aan de voorzijde van de rolkooi een dwarspijp zijn ingelast van rolkooimateriaal waaraan de dakplaat is gelast.
Breedte zie breedte rolkooi (is de wijdte tussen de pijpen 660 mm.)

9 VEILIGHEIDSGORDELS (zie bijlage 1+2)
A Type gordels moet minstens 5-punts zijn; 2 schoudergordels, 2 schootgordels en een kruisgordel. Aangeraden wordt om de gordels in de aan/vast bout variatie aan te schaffen. Als het haak/clip-in type gebruikt wordt dan moet het minstens 3,9 mm dikte hebben en van een
betrouwbaar en bekend fabrikaat zijn. De stof van de gordels moet een breedte hebben van minimaal 75 mm, behalve de kruisgordel, welke een breedte moet hebben van 51 mm.
B Gebruik. De gordels moeten altijd gedragen worden als de auto zich op de baan bevindt. Zorg dat de sluitingen goed vastzitten. Elke gordel moet strak aangetrokken zijn, de schootgordels eerst. De rijder moet zo min mogelijk speling hebben in zijn stoel. Aangeraden wordt om eens in de drie jaar de gordels te vervangen, of na zware crashes waarbij de gordels
nogal wat te verduren hebben gehad.
C Installatie. De gordels moeten bevestigd zijn aan het chassis en/of de rolkooi. NIET aan de stoel!!!. Dit dient te gebeuren via goed vastgelaste beugels van tenminste 4 mm dikte en een lengte van maximaal 50 mm.
Aan te raden is om een dubbele set beugels aan te brengen. De houders moeten geplaatst zijn naar de hoek waarin de gordels om het lichaam van de coureur zitten. Als er bouten gebruikt zijn, moeten dat hoge spanningopvangende zijn en een minimum grootte hebben van 8 mm, vastgemaakt met een moer (liefst Ny-Loc type). R-tye bevestigingen, Dlinks
en kettingen zijn verboden om mee aan het chassis of de rolkooi te bevestigen. De schoudergordels moeten zo dicht mogelijk in de buurt van de rijder bevestigd zijn, achter de stoel, onder de schouderhoogte.
Schootgordels moeten vlakbij, aan de zijkant achter de stoel bevestigd zijn.
Als de kruisgordel bevestigd wordt is het belangrijk om te zorgen dat deze gordel de overige gordels van de rijder niet wegtrekt (zo ontstaat er speling). Let op dat het textiel van de gordels niet langs (scherpe) randen schaaft!
D Onderhoud. Het wordt aanbevolen om de gordels na elke wedstrijd te reinigen en te inspecteren. Wanneer deze tekenen van scheuren/rafelen vertonen, dan moeten de gordels worden vervangen. Ook wordt aanbevolen om de sluitingen na elke seizoen te vervangen.
E Inspectie. Tijdens elke wedstrijd zullen de veiligheidsgordels door de keurmeester worden gecheckte. De keurmeester is bij machte om de coureur te vragen in zijn/haar auto plaats te nemen om aan te tonen dat de gordels correct zijn bevestigd en passend zijn. Wanneer de
keurmeester vindt dat de gordels niet veilig en/of gevaarlijk zijn, kan hij de coureur vragen deze te vervangen. Wanneer de bevestigingspunten ongeschikt zijn of in gevaarlijke staat zijn, dan mag de auto niet aan de wedstrijd deelnemen. Dit mag pas weer wanneer alle onjuistheden zijn verholpen.

10 VEILIGHEIDSNET
Een stoffen veiligheidsnet moet op de juiste manier geïnstalleerd zijn tussen de rechter-buitenkant van de hoofdsteun (25 mm) en de voorbuitenkant van de rolkooi. Deze moet zo geïnstalleerd zijn dat het hoofd er niet onderdoor kan glijden als men in de zijkant geraakt wordt.
Het veiligheidsnet moet van kwalitatief fabrikaat zijn en eenvoudig los te maken zijn.

11 MOTOR, KOPPELING EN KOPPELINGSHUIZEN
De motor moet voor de rijder geplaatst zijn. De motor moet een 8 cilinder zijn, preparatie vrij met uitzondering van benzine injectie, turbo of andere drukvulling, deze zijn verboden, en niet
meer dan 2 kleppen per cilinder. Aluminium of lichtgewicht motorblok niet toegestaan. Aluminium of lichtgewicht cilinderkoppen wel toegestaan.
Wanneer een motor een zogenaamd Dry Sump oliesysteem heeft, moet de olietank stevig achter in het benzinecompartiment gemonteerd worden en niet lager dan de achterbumper. Olieslangen dienen van een stevig veilig type te zijn, voorzien van perskoppelingen en moeten zo gemonteerd zijn dat ze niet geraakt kunnen worden bij een mogelijke aanrijding of crash.
De auto moet voorzien zijn van een koppeling en moet bij het koppelen kunnen slippen. Koppelingshuizen moeten van een metalen constructie zijn en bij voorkeur een race type zijn. Stalen “bullit proof” koppelingshuizen genieten de voorkeur.
Indien aluminium koppelingshuizen worden toegepast, dan moeten deze race typen zijn of zware truck uitvoering.
Lichte voor wegauto bestemde koppelingshuizen zijn verboden. Bij een discutabel koppelingshuis kan een 3 mm dikke stalen afdekscherm worden geëist, of een verbod.
Dynamo is niet verplicht, wel aan te raden. Motor moet te allen tijde zelf kunnen starten.

12 REMMEN
Remklauwen zijn vrij. Remschijven moeten van staal zijn. Eén remklauw per wiel maximaal.
Drie remklauwen moeten minimaal werken waaronder twee op de vooras
verplicht zijn. Remdrukverdelers toegestaan.
Het remsysteem dient een gescheiden systeem te zijn. Rembekrachtiging toegestaan, mits bij uitvallen hiervan nog steeds, zij het zwaarder, geremd kan worden. Trommelremmen zijn verboden.

13 VERSNELLINGSBAK, DRIVELINE EN WIELEN
Versnellingsbak is vrij, mits er maar een achteruitversnelling op zit.
Automaatbakken zijn verboden.
Ratio change versnellingsbakken toegestaan. Driveline hart krukas, priesas en beginaandrijfas moeten 25,4 cm van af het asfalt zijn (grondspeling minimaal 50 mm, dus hart driveline 20,4 cm vanaf onderkant onderbok). Voorwiel aandrijving en vierwielaandrijving verboden.
De auto moet 4 wielen hebben. De wielen moeten van staal zijn met een ingelast hart van minimaal 5 mm dikte. Het is verboden gaten te boren of snijwerk in de spaken aan te brengen. Balanceergewichten moeten verwijderd zijn. Wielbouten minimaal 14 mm en 5 stuks per wiel. Alle wielen moeten 102 mm vrij zijn van het chassis (band). Maximale breedte van de velgen 12” (32,5 cm), offset is vrij. Elektrische koppelingen en versnellingsbakken zijn verboden.

14 ASSEN
Alleen standaard starre, stalen wegauto voorassen toegestaan. Deze mogen ingekort worden en Castor en Camber veranderd. Het lassen en inkorten van een as moet zorgvuldig gebeuren door middel van een V-naad. Over de las moet een plaat van minimaal 5 mm dikte en
10 cm lengte worden gelast. De vooras moet zijn oorspronkelijke vorm “axle drop”, zwanenhals behouden.
Het type starre achteras is vrij. De as moet 100% gesperd zijn. Locked differentials en limited slip units zijn verboden. Breedte vooras en achteras mag niet meer zijn dan de standaard breedte van één enkelluchts Mercedes of Transit vooras + 40 mm, gemeten van wielaanslag naar wielaanslag. Wielen mogen niet op de steekassen gemonteerd zijn.
Torque links, Spring Rods, Panhard bars, Torque Arms, Topstangen en alle mogelijke vormen van trekstangen (links) en A-frames zijn toegestaan.
Indien één van deze onderdelen zich in het rijders compartiment bevindt of erachter, moeten deze onderdelen afgeschermd zijn met 3 mm dik staal- of aluminiumplaat.
Asverplaatsing of –kanteling door middel van het bovenstaande is toegestaan.
Er zijn geen asstand verstellende mogelijkheden toegestaan, die tijdens het rijden kunnen worden bediend.
Duidelijk meesturende assen zijn verboden (d.m.v. bijv. draai-, scharnierpunten of mechanisch). Onder de stoel van de rijder moet een stalen plaat van 3 mm dikte gemonteerd zijn ter bescherming van de rijder indien de aandrijfas zou breken. Tevens moet om deze aandrijfas een ring zijn gelast van minimaal 25x5 mm. Beplating naast de stoel mag aluminium zijn.
Tractioncontrol en ABS verboden. Wielspacers verboden, behalve bij Comar achterassen of gelijksoortige assen mag een 6 mm dikke vulring gebruikt worden ter vervanging van
de remtrommel. Deze moeten wel vast gebouwt zitten.

15 VERING
Alle type bladveren, schokdempers en coil-over schokdempers zijn toegestaan.
Torsi-veren alleen van standaard wegauto’s zijn toegestaan bijvoorbeeld Nissan Cabstar en Volkswagen. Het gebruik van holle after-market of racing type torsi veren zijn niet toegestaan. Bij uitveren moet de veerschotel te allen tijde onder druk blijven of vastgezet zijn.

16 BANDEN
Het is verplicht op die banden te rijden die de organisatie/vereniging voorschrijft. Er mogen maar 4 stuks banden per wedstrijddag gekocht worden.
De specificatie van de banden kan op ieder willekeurig moment aangepast worden. Dit in overleg met alle belanghebbenden.
Banden mogen op geen enkele manier worden behandeld om het originele shore-getal te beïnvloeden (hardheid, zachtheid).
Opsnijden van alle banden is toegestaan. Alle andere mogelijke vormen van modificeren van de banden is niet toegestaan.
Bandendruk regelende ventieldoppen verboden (popoff). Banden moeten met normale lucht worden opgepompt.
De nieuw verkochte banden worden vóór ze uitgegeven worden gemeten op hardheid. De rijder is en blijft zelf verantwoordelijk voor hardheid en zachtheid van zijn banden.
Het gemiddelde wordt bepaald, door de keurmeesters, door een aantal metingen aan verschillende wagens te verrichten.
De enige toegestane banden zijn:
Rechtsvoor, linksvoor, linksachter:
- Hoosier Street TD P225 / 60D -15, P245 /60D -15
- Hoosier Sportsman P245 /60D – 15
Rechtsachter:
- Hoosier Sportsman 245 /60/15

17 VOORRUIT
Er mag geen glas aan of in de cabine gemonteerd zijn, behalve de achteruitkijkspiegel. Ijzerdraadwerk met een minimale dikte van 3,2 mm dient als voorruit. De vierkante gaten mogen niet groter zijn dan 51x51 mm. Het ijzerwerk dient goed vastgelast te worden aan de rolkooi en het dak.

18 STOEL EN HOOFDSTEUN
De rijderstoel moet stevig gemonteerd zijn aan het chassis. De achterkant van de stoel moet tegen de tweede dwarspijp van de rolkooi bevestigd zijn.
Alleen een éénpersoonsstoel van metaal mag gebruikt worden. Bovendien moet deze van een metalen frameconstructie zijn.
Het gebruik van een hoofdsteun is absoluut verplicht. Aanbevolen wordt een stoelhoes te gebruiken in Oval Track type stoelen, het gebruik hiervan voorkomt schuiven van het lichaam.
De hoofdsteun moet een minimale breedte hebben van 305 mm of wijder indien mogelijk. De hoofdsteun moet volledig bedekt zijn met zacht materiaal en gesteund worden door twee staanders bestaande uit kokers van 25x25x3,2 mm.
Ze moeten minimaal 280 mm uit elkaar staan en vastgelast zijn aan het dak of dakpijp en de tweede dwarse rolkooipijp achter de stoel.

19 VLOER EN VUURSCHERM
De vloer onder de rijder moet volledig gesloten zijn, ook rondom de pedalen en over de versnellingsbak heen en aan de zijkanten naast de voeten. Wanneer aluminium wordt gebruikt moet die minimaal 3 mm dik zijn. Een deugdelijk stalen vuurscherm of 3 mm dik aluminium
scherm moet gemonteerd zijn tussen de rijder en de motor, geheel gesloten dus ook aan boven- en zijkanten. Gaten voor leidingen en gasstang zo klein mogelijk en afgedekt met rubber doppen of iets dergelijks. Dit ter voorkoming van branddoorslag en verwondingen door
hete olie of koelwater. Om de kans op brand zo klein mogelijk te maken moet een onbrandbaar vuurscherm tussen de benzinetank en de accu gemonteerd zijn indien
deze samen in de gesloten ruimte achter de stoel zijn geplaatst.
Een 3 mm dikke stalen plaat moet onder de stoel, boven de tussenas zijn gelast.
Rondom de tussenas moet een beugel zijn gemonteerd van minimaal 5x25 mm staal.
Een 3 mm dikke stalen plaat moet direct achter de stoel rondom zijn vastgelast. Dient deze tevens als vuurscherm van het achtercompartiment dan moet deze geheel gesloten zijn.
Daar waar een vijf arms achterasbevestiging is toegepast en/of topstangen moet de stoel met een 3 mm dikke stalen plaat zijn afgeschermd.
Indien inboard schokbrekers zijn toegepast dan moeten deze omkapseld zijn met 3 mm dik staal- of aluminiumplaat.
Indien er geen topstang op de klok is toegepast dan mag het vuurscherm achter de stoel 3 mm aluminium zijn, geheel gesloten, maar dan moet de veiligheidsplaat van 3 mm staal aan de achterkant van de hut rondom afgelast zijn aangebracht gelijk aan het principe van de zijkanten van de hut.

20 BRANDSTOFSYSTEMEN
De enige toegestane brandstoffen zijn benzine en/of AV-gas. Het octaangetal is vrij.
Alle mogelijke ontbrandingsversterkende brandstofsoorten en – middelen zijn verboden.
Alle racebenzine met ontbrandingsversterkende middelen zijn verboden.
De carburateur moet een normaal werkend type zijn (venturi, sproeiers, acceleratiesproeiers en valves, vlotterbakken).
Meerdere carburateurs toegestaan. Predator carburateur en schuifcarburateur verboden.
Het is sterk aan te bevelen standaard benzinepompen te vervangen door race type pompen. Indien elektrische pompen zijn toegepast dan moeten
deze voor het voorste vuurscherm zijn geplaatst, of op een andere plaats mits goed afgeschermd (denk aan eigen veiligheid).
Benzinetanks mogen niet meer dan 35 liter inhoud hebben. Deze moeten binnen de auto en niet lager dan de achterbumper zijn geplaatst en vrij van de body zijn.
Vuldoppen moeten aan de tank gelast zijn en van een schroefdraad type. Drukvulsysteem niet toegestaan.
Een benzineafsluitkraan van het hendel type is verplicht en moet tussen de brandstofleiding naast de rijderstoel zijn geplaatst, binnen het bereik van de bestuurder, en duidelijk zichtbaar voor officials en brandweerlieden.
Het opschrift OPEN / DICHT of ON / OFF is verplicht. Alle brandstofleidingen moeten van metaal of gewapende slang zijn en voldoende bevestigd zijn aan het chassis.
De hoofdstroomkabel aan de ene kant van de rijder en de benzineleiding aan de andere kant, contact tussen deze twee moet te allen tijde worden voorkomen.
Een minimum van twee veren moeten aan de carburateur zijn bevestigd en één aan het gaspedaal om te voorkomen dat het gas blijft hangen.
Er moet een luchtfilter op de carburateur zitten.
Benzinetanks moeten te allen tijde geheel afgeschermd zijn van de rijder door middel van een 3 mm dik metalen vuurscherm.

21 KOELSYSTEEM
Radiateur, reservoirs en andere koelcontainers voor vloeistof gekoelde motoren moeten goedsluitend voor de “fire-wall” geplaatst worden.
Bovendien dienen deze een enkele overloopslang te bevatten die niet hoger dan 225 mm boven de grond hangt. Het uiteinde van de slang moet naar beneden gericht zijn.

22 ACCU’S EN HOOFDSTROOMSCHAKELAAR
Accu’s moeten zeer goed aan het chassis bevestigd zijn om beweging te voorkomen indien de auto crasht. Alle accudoppen moeten goed sluiten.
Natte accu’s moeten volledig bedekt zijn of in een box of container zitten. De accukabel moet aan de tegenovergestelde kant zitten van de benzineleiding. Deze twee mogen elkaar nergens raken.
De accu mag niet in of onder het rijdercompartiment zijn geplaatst.
Indien de accu achter het rijdercompartiment is geplaatst, dan mag deze niet lager dan de achterbumper zitten.
Er moet een hoofdstroomschakelaar bevestigd zijn aan één kant van de stoel, waar de rijder bij kan ook als hij in zijn gordels zit.
De hoofdstroomschakelaar dient duidelijk herkenbaar te zijn voor officials en brandweerlieden.
Als de schakelaar uitgezet wordt moet alle elektra uitgeschakeld zijn.
Indien de auto is uitgerust met een dynamo, dan moet de aan- en uitschakelaar daarvan bij de hoofdstroomschakelaar bevestigd zijn, ook deze dient duidelijk herkenbaar te zijn.
Het opschrift AAN/UIT of ON/OFF is verplicht.

23 UITLAATDEMPERS
Uitlaatdempers zijn verplicht.
Op Venray is het geluidsadvies £ 100 Db (lager of gelijk aan 100 Db) gemeten vanuit het middenterrein op een afstand van 20 m tijdens het rijden.
Het geluidsniveau blijft een moeilijk onderwerp en is per baan en/of wedstrijdleiding verschillend. Daarom is de rijder verplicht zelf zoveel mogelijk maatregelen te treffen om het geluidsniveau te beperken. Indien u een opmerking krijgt over teveel geluid dient u dit direct te verhelpen (neem hiervoor eventueel extra materiaal en/of onderdelen mee).

24 STUURINRICHTING
De stuurinrichting moet veilig en deugdelijk zijn een en ander ter beoordeling van de keurmeester. Stuurbekrachtiging toegestaan, mits bij uitvallen hiervan normaal doorgereden kan worden, weliswaar zwaarder sturend.
Bij het uitvallen van de stuurbekrachtiging mag er geen vrije slag ontstaan.
Gebruik daarom bij voorkeur hulpcilinders op de stuurarm in plaats van bekrachtigde stuurhuizen. Uitneembaar stuur verplicht door middel van snel sluiting race type.

25 NAAM RIJDER
De naam van de rijder moet duidelijk zichtbaar op de auto zijn aangebracht.

26 BRANDBLUSSER
Het is verboden brandblussers aan boord te hebben.

27 SPOILERS
Dakspoilers mogen niet groter zijn dan 1250x1250 mm (middensectie).
De zijpanelen niet hoger dan 610 mm en niet meer dan 152 mm onder het hart van het middendeel zitten.
Het geheel moet van een metalen constructie zijn en stevig gemonteerd aan de rolkooi of dakplaat.
De gehele spoiler mag niet lager dan de onderkant van de bovenste rolkooipijp zijn geplaatst en zeker nergens het uitzicht beperken. De gehele spoiler moet in de gradatiekleuren zijn gespoten met daarop de nummers en eventueel behaalde titels. Indien er geen dakspoiler wordt gemonteerd moeten de artikelen 28 en 29 worden toegepast. Op meerdere plaatsen op de auto mag een spoiler worden aangebracht, mits deze maar binnen de buitenkant van de wielen vallen.
Indien onder de hoofd chassisbalken, aan de voorzijde dan alleen tussen de voorwielen in.
Indien boven de chassisbalken, dan niet hoger dan de gesloten zijkant van de hut en deze mag op geen enkele wijze het uitzicht beperken.
Voorspoilers mogen bovendien niet wijder zijn dan de breedte van het chassis.

28 NUMMERS
Het startnummer moet duidelijk zichtbaar op de auto gespoten zijn. Het moet duidelijk leesbaar zijn voor de wedstrijdleiding, jury en toeschouwers.
Indien de jury of wedstrijdleiding te kennen geeft, dat een nummer slecht leesbaar is dan moet dit direct verholpen worden.
Een startnummer kunt u aanvragen bij de BVSR. Een aantal nummers zal uit respect voor vroegere rijders niet meer gebruikt worden.
Het nummer moet ook op beide zijden van de auto gespoten zijn (alle kleurvariaties toegestaan, mits duidelijk leesbaar). De cijfers moeten tussen 225 en 305 mm hoog zijn en minimaal 40 mm breed.
Ook op het rechtopstaande gedeelte van de dakspoiler dient het nummer aan de buitenkant goed zichtbaar te zijn. Mocht er geen dakspoiler gemonteerd zijn dan volstaat een startnummerbord van minimaal 35x35 cm, deze dient verticaal op het dak geplaatst te worden.

29 AUTOKLEUREN
Auto’s dienen in heldere kleuren gespoten te worden en het uiterlijk moet er professioneel uitzien.
Allerlei ontwerpen en patronen mogen gebruikt worden, maar de beide zijden van de auto dienen gelijk te zijn.
Auto’s met een dakspoiler moeten deze gebruiken om hun gradatie mee aan te geven.
Als er geen dakspoiler is gemonteerd, dan moet het dak in de kleur van de gradatie worden gespoten.
De gradatiekleuren zijn als volgt:
Star en Superstar = rood
A gradatie = blauw
B gradatie = geel
C gradatie = wit
Wereldkampioen = goud
Nationaal puntenkampioen = zilver
Het geniet de voorkeur behaalde titels op de dakspoiler te vermelden.

30 OPSCHRIFTEN
Het is verboden scheldwoorden of beledigingen op de auto te hebben staan.

31 HELMEN
Het wordt ten zeerste aanbevolen een integraalhelm aan te schaffen van een zo licht mogelijk materiaal (glasfiber, keflar). Materialen van plastic of polykarbonaat zijn niet toegestaan. Kies dus bij de aanschaf van een helm voor een gerenommeerd merk.
In Engeland zijn op de helmen andere regels van toepassing. Zie bijlage 9

32 NEKBAND
Het dragen van een brandveilige nekband is verplicht tijdens wedstrijden en trainingen.

33 KLEDING
Het dragen van een schone, brandvertragende raceoverall is verplicht tijdens wedstrijden en trainingen.
Het wordt aanbevolen naam en bloedgroep op de overall te vermelden.

34 STOFBRILLEN (VIZIERS)
Het wordt aanbevolen om stofbrillen en viziers zo schoon en krasvrij mogelijk te houden en tijdig te vervangen.

35 MONTEURS
De coureur is te allen tijde verantwoordelijk voor zijn helpers, monteurs, supporters en aanhang. Helpers, monteurs en supporters mogen niet op de baan komen (tenzij door de wedstrijdleiding anders wordt beslist).

36 MEERIJDERS
Het zogeheten “meerijden” met de stockcar door helpers en/of fans is in verband met de veiligheid niet toegestaan.
Er wordt van en naar het rennerskwartier stapvoets gereden.

37 KEURING
Het keuren is VERPLICHT vóór het trainen, wegen NIET.(Als men bij het keuren niet goed weegt ga dan eerst trainen, en na het trainen ga je nogmaals wegen). Het keuren c.q. wegen is mogelijk vanaf 10.30 uur tot en met 12.30 uur. Wanneer de auto niet wordt goedgekeurd, mag er niet worden deelgenomen aan wedstrijden en trainingen.
Men krijgt van de keurmeester een geel briefje, welke ondertekend dient te worden en vóór aanvang van de eerste manche bij de ingang van de baan moet worden ingeleverd. Wanneer de keurmeester aangeeft dat de auto niet is goedgekeurd, ontvangt men het gele briefje niet retour. Het is dan wel mogelijk om aanpassingen te doen op de niet goedgekeurde
onderdelen en de auto nogmaals te laten keuren.
Wanneer men niet in staat is dit briefje vóór aanvang van de eerste manche te overhandigen (briefje vergeten of kwijt) dan is men uitgesloten van deelname aan de wedstrijd.
Dit i.v.m.verzekering.

38 STARTOPSTELLING
De startopstelling wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde aan punten van een aantal wedstrijden (wereldkampioen, puntenkampioen of baankampioen is verplicht achteraan te starten). Wanneer men voor zichzelf besluit om ALLE manches achteraan te starten, dan is men verplicht om in de finale ook van deze plaats te starten.
Elke coureur is verplicht om in de opwarmronde op zijn plek te blijven rijden (zoals hij is opgesteld).

39 MILIEUZEIL
Het gebruik van milieuzeilen onder de auto is verplicht en moeten een afmeting hebben van minimaal 50mm buiten de auto.

40 LICENTIE
Het inschrijven vindt plaats vóór de wedstrijd. Inschrijven is verplicht. Men dient dan een geldig rijbewijs te kunnen overleggen (geen kopie). Kan er geen rijbewijs worden overlegd, dan kan men worden uitgesloten van deelname. Dispensatie kan alleen door de organisatie worden verleend.

41 RIJDEN ONDER INVLOED
Het gebruik van alcoholhoudende dranken en verdovende middelen vóór en tijdens de wedstrijden en trainingen is voor de coureur verboden. Het rijden onder invloed van rijgedrag beïnvloedende medicijnen zijn verboden.

42 RIJDEN IN ENGELAND
Hiervoor dient men zich bij de voorzitter van de BVSR op te geven.

43 TOEPASSING REGLEMENT
De keurmeester en het bestuur van de BVSR heben altijd het laatste woord. Zij bepalen of de regels correct zijn toegepast en of de veiligheid voldoende is gegarandeerd. Ze hebben de macht een rijder uit te sluiten van een wedstrijd of iemand te verplichten voor de eerstvolgende
wedstrijd zijn materiaal aan te passen.
Verhaal halen bij de baaneigenaar, promotors of wedstrijdleiding heeft geen zin, keurmeester en vertegenwoordigers van de Belangen Vereniging worden niet “te kijk” gezet.
Mocht de rijder het niet eens zijn met de keurmeester, dan kan hij direct in beroep gaan bij de B.V.S.R., zij zullen het probleem direct bespreken en tot een uitspraak komen.
Dit reglement is iedere vergadering bespreekbaar en kan op elk moment aangepast worden bijvoorbeeld om veiligheidsredenen of geluidshinder.
Uiteraard wordt dit uitgebreid besproken en duidelijk bekend gemaakt.
De coureur en monteur hebben kennis genomen van bovenstaand reglement en hebben zich door aan de wedstrijd deel te nemen voor akkoord verklaard.
Tot slot vragen wij u zoveel mogelijk respect te tonen voor de vrijwilligers die uw sport mogelijk maken.

44 GELDIGHEID
Dit reglement heeft een geldigheidsduur van 1 wedstrijdseizoen. Aan het
einde van elk seizoen kan het reglement worden herzien.

BIJLAGE 1
BEVESTIGING GORDELS

BIJLAGE 2
BEVESTIGING GORDELS

BIJLAGE 3.1
PLATTEGROND CHASSIS

BIJLAGE 3.2
PLATTEGROND ZIJBUMPER TOEGESTAAN

BIJLAGE 3.3
PLATTEGROND ZIJBUMPER TOEGESTAAN

BIJLAGE 3.4
PLATTEGROND ZIJBUMPER NIET TOEGESTAAN

BIJLAGE 4
Handleiding Wegen
·-Bij alle manches en finales worden de eerste 3 gecontroleerd en dienen 4 en 5 zich reserve te houden bij de weegplaats. Zijn 1 tot en met 5 niet goed dan is nummer 6, zonder te hoeven wegen, winnaar.
·- Bij de WK en EK worden de eerste 5 gecontroleerd en dienen 6 en 7 zich reserve te houden bij de weegplaats. Zijn 1 tot en met 7 niet goed dan is nummer 8 zonder te hoeven wegen winnaar.
-· Als de auto niet goed is bij het wegen volgt er een diskwalificatie voor de betreffende manche.
·- Als de auto niet ter weging wordt aangeboden volgt er diskwalificatie dit geldt ook voor de reserve wegers.
·- De rijder is zelf verantwoordelijk voor het bepalen of er gewogen moet worden (ook reserve). Wacht bij twijfel bij de weegplaats.
·- Het is verboden losse voorwerpen in de auto te leggen voor het wegen, indien dit wordt geconstateerd volgt diskwalificatie voor de gehele wedstrijd. Als de wedstrijd over twee dagen wordt verreden dan geldt deze diskwalificatie voor beide dagen.
·- De rijder is zelf verantwoordelijk voor de tolerantie van de weeginstallatie. Weeg vooraf zorgvuldig en bouw een marge in.
·- Als er éénmaal met het wegen is aangevangen mag er NIET meer worden bijgetankt dus vóór het wegen bijtanken.
·- Totaalgewicht minimaal 1350 kg na bijtanken.
Tankinhoud maximaal 35 liter.
Minimaal gewicht op de achterwielen 56% van het totaal gewicht.
Maximaal gewicht op de binnenwielen 52,9% van het totaal gewicht.
·-Alle auto’s moeten in één vaste rijrichting worden gewogen.
·-Meetgegevens aflezen op 1/10%. Voorbeeld 52,98 is ook nog goed.
·-De weegplaats dient voorzien te zijn van hekken en gesloten te worden als alle te wegen auto’s aanwezig zijn ook de reserve auto’s. Binnen de hekken mogen alleen de rijder en één monteur per auto aanwezig zijn.
Deze dienen bij hun eigen auto te blijven staan.
·-Door S.M.C. Venray zijn twee onafhankelijke weegmeesters aangesteld.
Deze voeren de weging uit samen met de betreffende coureur en monteur.
·-Om enig advies, toezicht en begeleiding zijn tevens de 5 vertegenwoordigers en de wedstrijdleiders gerechtigd binnen de hekken van de weegplaats aanwezig te zijn. De 5 vertegenwoordigers zijn:
Henri Wittebol
Frans v.d. Dool
Harm Faber
Walter de Laat
Lei Cuppens

Deze personen mogen alleen bij problemen de weeggegevens zien.
Vervolgens mogen de weeggegevens niet openbaar gemaakt worden. De weegmeesters delen alleen in het openbaar mee of een auto goed- of afgekeurd is.
·- De weegmeesters houden een logboek bij om enig algemeen overzicht te
hebben. Dit logboek is niet openbaar en alleen bestemd voor de weegmeesters. Bij problemen ter inzage voor de bovengenoemde personen.
·- De wieldrukgegevens per wiel zijn niet openbaar en worden ook niet opgenomen in het logboek.
·- De wieldrukgegevens per wiel dienen afgedekt te zijn en worden alleen op verzoek van de rijder zichtbaar gemaakt.
·- Het logboek dient door één van de weegmeesters te worden beheerd en diskreet te worden bewaard.
·- Het steekproefsgewijs wegen van auto’s gebeurd door loting. Voor de wedstrijd wordt door loting bepaald in welke manche en welke plaats wordt opgeroepen. Na de finish wordt dit bekend gemaakt.
·- De weegmeesters kunnen na gezamenlijk overleg met de rijdervertegenwoordigers één of meerdere manches of rijders niet wegen (bijvoorbeeld bij regen, tijdgebrek of als het constant dezelfde rijders betreft).
·- De weging dient snel en efficiënt te gebeuren. Als het te lang duurt ca.
10 minuten dan zijn de weegmeesters gerechtigd deze rijder te
diskwalificeren.
·- Als een auto beschadigd is of als er onderdelen verloren zijn dan dienen de weegmeesters en evt. de rijdervertegenwoordigers hier rekening mee te houden. Bijvoorbeeld: is de spoiler er afgevallen dan kan men +/- 10 kg vrijstelling krijgen, is een wiel krom of lek mag men hier rekening mee houden of verzoeken een zelfde wiel of onderdeel te vervangen.
·- Bij vermoeden of twijfels van onregelmatigheden zijn de weegmeester,
wedstrijdleiding en de vertegenwoordigers van de rijders gemachtigd iedere rijder ter weging op te roepen.
-  Het oproepen voor wegen gebeurt altijd als de auto’s nog op de baan zijn.
· Tot slot is iedereen vrij om op ieder moment van de dag, in overleg met de weegmeesters, zijn auto te wegen.

BIJLAGE 5
HET B.V.S.R. VLAGGENSYSTEEM:
Alle aanwijzingen van de officials en baanposten dienen ten aller tijden opgevolgd te worden.
De wedstrijdleiding heeft het recht om de regels en voorschriften tijdelijk te wijzigen of aan te passen. Overtreding van het reglement kan uitsluiting tot gevolg hebben.
GROENE VLAG: Start van de wedstrijd. Volgt nadat er 1 hele opwarmronde gereden is en iedereen op zijn plek is
blijven rijden. De auto’s die op de eerste rij rijden en zich aan de binnenkant van de baan bevinden geven het tempo aan.
ZWARTE VLAG: Direct de baan verlaten. Kans op een diskwalificatie bij het negeren van deze vlag.
RODE VLAG: Onmiddellijk stoppen.
Als er voor 1 rijder een rode vlag wordt uitgegeven, mag hij NIET meer deelnemen aan deze manche, zijn er meerdere rijders bij betrokken dan mogen zij WEL weer deelnemen aan de wedstrijd dit om een hoop gezeur te voorkomen voor wie die rode vlag nou was En uiteraard als de dokter het niet meer verantwoordelijk vindt.
STIL HANGENDE GELE VLAG: Stilstaande auto op de baan. Baanofficial loopt naar rijder toe, en doet zijn duim omhoog. De rijder reageert, blijft in de auto zitten met zijn helm en nekband op, en trekt zijn gordels nog eens wat strakker aan. Als rijder aangeeft dat het niet
goed gaat, dan gaat de official over op de bewegende gele vlag de andere officials gaan ook over tot het bewegen van de gele vlag (zie
hieronder; bewegende gele vlag.)
BEWEGENDE GELE VLAG: Direct rustig gaan rijden en rustig achter elkaar blijven rijden
eventuele achterblijvers sluiten gewoon aan, hoeven er niet tussenuit.
De rijder heeft aangegeven dat het niet goed met hem gaat. Als er door één rijder een bewegende gele vlag uit gaat mag hij NIET meer deelnemen aan deze manche, gaat er een bewegende gele vlag uit voor meerdere rijders dan mogen die WEL weer deel nemen aan de wedstrijd mits zij op eigenkracht weg kunnen rijden. Dit om een hoop gezeur te voorkomen voor WIE nou die bewegende gele vlag was. (Behalve als de dokter het verantwoordelijk vind)
Als de startwagen nog niet voorbij is mag de rijder achteraan aansluiten, is de startwagen al voorbij geweest dan sluit de rijder ook achteraan maar heeft dan een ronde achterstand. (Eventuele stilstaande voertuigen mogen van de baan gehaald worden.)
De ronde die onder geel verreden worden tellen niet mee voor de wedstrijd)
Komt er in de eerste 5 ronden een rode vlag dan volgt er een herstart en mag er gesleuteld worden.
Komt er binnen 5 ronden een bewegend gele vlag situatie voor, dan gaat dit automatisch over in rood, er volgt een herstart. (Er mag eventueel gesleuteld worden) Komt er na 5 ronden een bewegend gele of een rode vlag situatie voor, dan volgt er een doorstart. (Er mag niet
gesleuteld worden) Voor diegenen die schade aan de auto hebben, mogen dit
repareren met behulp van 1 monteur en de spullen moeten over de vangrail worden aangegeven. De tijd wordt door de wedstrijdleiding bepaald (ongeveer 5 a 10 min).
WITTE VLAG EN DE STARTCAR:
Als de STARTCAR onder de starttoren door gereden is en wordt er met een WITTE VLAG gezwaaid, dan volgt in de volgende ronde DE START.
ZWART/WIT GEBLOKT: Einde wedstrijd Men dient na de zwart/wit geblokte vlag nog wel een halve ronde voluit door te rijden.
DUUR VAN DE WEDSTRIJD:
De wedstrijd kan worden afgebroken als er nog minder dan 4 a 5 ronden te rijden zijn, (door tijdgebrek) behalve bij een E.K. en of W.K. dan moet de wedstrijd helemaal verreden worden ook al is er nog maar 1 ronde te rijden
BIJLAGE 6 Algemene bepalingen (gedragsreglement) Het wisselen van rijders is op straffe van uitsluiting verboden er mag wel tijdens de training van rijder gewisseld worden maar dan alleen als hij in het bezit van een geldige licentie (dispensatie kan allen door de organisator
worden verleend.)
Indien een rijder over een tweede auto beschikt, dan mag hij deze alleen gebruiken als er een nieuwe wedstrijddag is aan gebroken. (Dus gaat zijn auto bv zaterdag stuk dan mag hij zondag wel met de andere rijden) Er mag wel met de tweede auto getraind worden mits deze is goed gekeurd. De auto waar hij de eerste manche mee gestart is, is bindend voor die dag.
Tijdens de wedstrijd, op de baan, of in het rennerskwartier mag er op geen enkele wijzen gevochten worden. Gebeurd dit wel dan zal daar door de organisatie een lange schorsing voor worden gegeven (ook hier is de coureur weer verantwoordelijk voor zijn monteurs, aanhang/of supporters).
Het duwen in de bocht mag, maar wel op een normale manier. Als de rijder gedubbeld word dan mag hij de ander niet meer duwen of hinderen. Het is verboden iemand op te wachten, zigzag te rijden of op een andere manier het passeren onmogelijk te maken. Er mag op geen enkele wijze op een rijder worden ingereden die met stukken of stilstaat op of langs de baan. Men mag
niet vooruit of achteruit in tegen gestelde richtingen rijden, indien men buiten de baan is beland, mag men de baan weer op komen (zonder een stuk af te snijden) en zonder en ander te hinderen LET WEL: het middenterrein is een veiligheidszone voor brandweer officials en fotografen Mocht er een rijder iets gebeuren op of naast de baan zodat hij tot stilstand
komt, probeer dan ten aller tijden een veilige plaats op te zoeken, lukt dat niet blijf dan in de gordels en probeer de baanpost duidelijk te maken of alles goed is, zo niet dan geeft de baan official een BEWEGENDE GELE vlag en dient men DIRECT rustig te gaan rijden en sluit men achter elkaar aan (zie vlaggensysteem) De puntentellingen lopen van W.K.tot W.K. zowel de Nederlandse WK als de Engelse WK.
Bij eventuele gevallen waarin dit reglement niet voorzien is, heeft de organisatie het beslissende woord.
Coureur en monteur hebben kennis genomen van bovenstaande reglement en hebben zich door aan de wedstrijd deel te nemen voor akkoord verklaard.
Coureurs die niet meer aan de wedstrijden kunnen deelnemen dienen zich bij de wedstrijdtoren af te melden.

BIJLAGE 7 STRAFFENLIJST CONCEQUENTIE/MAATREGELENLIJST ACTIE CONCEQUENTIE/MAATREGEL
Onbeschoft gedrag (schreeuwen, bedreigingen etc.) Dit geldt zowel voor de coureur als ook zijn aanhang. 1 wedstrijd geschorst
Fysiek geweld (slaan, schoppen etc.) Dit geldt zowel voor de coureur alsook zijn aanhang.
1 jaar geschorst
Fysiek geweld met letsel. Dit geldt zowel voor de coureur alsook zijn aanhang.
Levenslang geschorst Met hoge snelheid of roekeloos door het rennerskwartier rijden. 1 wedstrijd geschorst
Negeren van de zwarte of rode vlag 1 wedstrijd geschorst
Meerdere malen zwarte vlag negeren. 3 wedstrijden geschorst
Auto’s opzettelijk rammen 3 wedstrijd geschorst
Gebruik van alcohol (wedstrijdleiding
kan promilletest uitvoeren) en drugs. 1 jaar geschorst
In eigen belang gebruik maken van het middenterrein 1 wedstrijd geschorst
Het te vroeg starten. Eerste keer waarschuwing, daarna achteraan starten.
Bij herhaaldelijk te vroeg starten De eerst volgende wedstrijd geschorst.
Nadat er een onreglementair feit is geconstateerd aan de banden. 5 wedstrijden geschorst.
De straffenlijst geldt als richtlijn voor de organisator, om de straffen/diskwalificatie in goede banen te leiden.
Tevens gelden deze regels als richtlijn voor de coureurs, die zich in het verleden niet bewust waren van de gevolgen van hun acties.
Bijvoorbeeld: Waarom wordt onnodig op het middenterrein rondrijden bestraft? Omdat het middenterrein een veiligheidszone is waar normaal alleen brandweer, fotograaf en officials aanwezig zijn.
De genoemde maatregelen zijn minimale maatregelen die indien nodig verhoogd zullen worden.
Wanneer een coureur geschorst wort dan geldt dit voor alle klassen en niet alleen voor de klasse waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
Als coureur dient men zich er van bewust te zijn, dat het overtreden van regels niet alleen een overtreding in de speedwaysport is.
Het is ook een overtreding in de zin der wet, indien een auto als ‘wapen’ gebruikt wordt.
Dit kan gerechtelijke gevolgen hebben.
De meeste coureurs racen voor hun plezier, wij willen dat dit zo blijft. Help ons zodat het een familie sport blijft.
Dit reglement geldt op alle organisaties van het P.A.C. en S.M.C. waar ook gehouden en is van toepassing op het gedrag van coureurs en aanhang.

BIJLAGE 8 ORGANISATIE STRUCTUUR
Wedstrijdleiding
De wedstrijdleiding van de wedstrijddag zijn de verantwoordelijken en
dus ook het eerste aanspreekpunt.
Voor vragen en/of opmerkingen tijdens de wedstrijddag meldt je dit
ALLEEN bij hun.

De wedstrijdleiding bestaat uit:
- Ed Meeuwissen
- Wim Thyssen

Organisatie structuur van de BVSR
Organisatie structuur van de BVSR bestaan uit de onderstaande
personen:

Henri Wittebol (voorzitter)
Correspondentie adres:
Dinkel 37
2911 ED Nieuwerkerk aan den Ijssel
Telefoonnummer : 06-23738212
Dinsdag en donderdag avond na 19 :00 uur En zaterdag 9:00 – 18:00 uur

Frans van den Dool (penningmeester)
Correspondentie adres:
Hectormalotweg 2
3446 ZT Woerden
Telefoonnummer 06-53605238
Dagelijks na 18:30 uur te bereiken

Harm Faber (bestuurslid)
Correspondentie adres:
Walperterwei 11
8731 CC Wommels
Telefoonnummer: 06-51588066

Walter de Laat (keurmeester)
Correspondentie adres:
Pastthijssenlaan 30
6029 RM Sterksel
Telefoonnummer: 040-2261321

Lei Cuppen (keurmeester)
Correspondentie adres:
De Graspieper 35
6005 LL Weert
telefoonnummer: 0495-542512
woensdag tot en met vrijdag van 19:00 – 22:00 uur

LET OP:
De heer Harry Maessen heeft zich geheel terug getrokken. Dus hij is geen aanspreekpunt meer voor de rijders.

BIJLAGE 9 HELM SPECIFICATIE ENGELAND
All European standard helmets can be identified by a label (similar to that shown) located on the helmet strap.
A
B C D
Explanation of approval coding:
A) Country of Certification: Indentified in the central circle of the label.
‘E’ is a standard prefix for the European standard ‘#’ Identifies country of origin.
All helmets manufactured by Airoh are approved in Italy. Indicated by a ‘3’ affix.
B) Homologation Number: The first 2 digits identifies to which European
standard the helmet is certified. For use in the United Kingdom helmets must be certified to the 05 standard. Helmets to 03 or 04 are not legal in the UK.
The remainder of the code identifies Homologation certification.
C) Face Cover The affixed letter refers to the approval standard
for the face cover (Chin Guard.)
P: Helmet with protective lower face guard
J: Helmet with out lower cover
NP: Helmet with non-protective face guard
D) Serial Number E3 0558481/p - 00447

BIJLAGE 10 PUNTEN SYSTEEM
De Puntentelling
In de 1e, 2e, en 3e manche krijgt de nummer
1 15 punten
2 14 punten
3 13 punten
4 12 punten
enz…
Met uitzondering van speciale wedstrijden (w.o. WK)
In de finale krijgt de nummer
1 25 punten
2 23 punten
3 22 punten
4 21 punten
enz..
Met uitzondering van speciale wedstrijden (w.o. WK)
Deze totalen welke bij alle manches en de finale behaald zijn is de totaalstand van de dag.
De prijzen In de finale worden er over de nummer 1 t/m 5 de bekers verdeeld
Prijzengeld. In de 1e, 2 e en 3 e manche en het dagtotaal word prijzengeld verdeeld.

Het digitale document incl. de tekeningen zijn in een PDF bestand op aanvraag te verkrijgen.
Deze zullen gemaild worden. Let wel op het pdf bestand is 3 MB groot.
 
[ Vorig nieuws ]